Gebeurtenis

Inname van Nijmegen

21 oktober 1591

De inname van Nijmegen vormde het sluitstuk van Maurits’ veldtocht van 1591. Vanuit de positie bij Knodsenburg kon hij de stad aan de overzijde van de Waal onder druk zetten. Na de overgave werd Nijmegen een belangrijke Staatse garnizoensstad en veranderde de machtsverhouding in het oosten van de Republiek.

Inname van Nijmegen

21 oktober 1591

Historische context

Nijmegen was een grote, versterkte stad op een hoge oever van de Waal. De stad had een sterke strategische ligging en vormde een belangrijke schakel tussen het rivierengebied, Gelre en de gebieden richting Duitsland. Zolang Nijmegen in Spaanse handen bleef, bleef de Staatse positie rond de Waal kwetsbaar. Na het ontzet van Knodsenburg richtte Maurits zijn leger op Nijmegen. Vanuit het fort aan de overzijde van de Waal kon de stad met geschut worden bestookt. De druk van het beleg, de beschadiging van de verdediging en het gebrek aan uitzicht op ontzet brachten de stad ertoe zich over te geven. Op 21 oktober 1591 kwam Nijmegen in Staatse handen. MijnGelderland bevestigt de Staatse inname onder leiding van Maurits en de rol van Knodsenburg. De overgang had niet alleen militaire gevolgen. Nijmegen werd een Staatse garnizoensstad en de Republiek kreeg meer controle over de Waal en het oostelijke grensgebied. Ook het bestuur en de religieuze verhoudingen in de stad veranderden. De inname sloot daarmee de veldtocht van 1591 af en maakte duidelijk dat Maurits in korte tijd een samenhangend militair netwerk had opgebouwd.

Gebeurtenis

Historische betekenis

De inname van Nijmegen was het grootste en meest symbolische succes van de veldtocht van 1591. De gebeurtenis versterkte de Staatse positie in Gelderland en vormde een belangrijk keerpunt in de ontwikkeling van de Republiek.