Gebeurtenis

Leicester in de Nederlanden

1585 - 1587

Robert Dudley, graaf van Leicester, werd het gezicht van de Engelse steun aan de Opstand. Hij arriveerde eind 1585 met Engelse troepen en kreeg in 1586 een brede militaire en bestuurlijke positie. Zijn optreden bracht hulp en nieuwe hoop, maar ook conflicten over macht, handel en de zelfstandigheid van de gewesten.

Leicester in de Nederlanden

1585 - 1587

Historische context

De Engelse steun aan de opstandige gewesten kreeg een gezicht in Robert Dudley, graaf van Leicester. Na het Verdrag van Nonsuch stuurde Elizabeth I hem eind 1585 naar de Nederlanden met Engelse troepen. Hij moest de strijd tegen Spanje ondersteunen en namens Engeland invloed uitoefenen in een gebied waar de militaire nood hoog was, maar het vertrouwen in buitenlandse bestuurders beperkt bleef. In 1586 vestigde Leicester zich in Utrecht en kreeg hij een brede militaire en bestuurlijke positie als gouverneur-generaal of landvoogd. Hij probeerde de oorlogvoering te coördineren en koos in de Utrechtse politiek de zijde van de orthodoxe gereformeerden. Daarmee werd hij niet alleen een Engelse bevelhebber, maar ook een machtsfactor binnen de onderlinge verhoudingen van de gewesten. Vooral Hollandse regenten vreesden dat zijn positie de gewestelijke autonomie zou aantasten. De samenwerking verslechterde door conflicten over bevoegdheden, handel en militaire strategie. De nederlaag bij Zutphen in 1586 en het verlies van Deventer in 1587 beschadigden zijn aanzien. Toen de Staten zijn macht terugdrongen, verloor Leicester ook zijn militaire leiding. Hij keerde in december 1587 naar Engeland terug. Zijn optreden liet zien hoe moeilijk Engelse bescherming te verenigen was met het zelfstandige bestuur van de opstandige gewesten.

Gebeurtenis

Historische betekenis

Leicester maakte zichtbaar hoe moeilijk een buitenlandse militaire leider kon functioneren binnen een politiek bestel waarin de gewesten hun eigen bevoegdheden wilden behouden. Zijn komst versterkte tijdelijk de strijd tegen Spanje, maar zijn conflicten met de Staten droegen er uiteindelijk aan bij dat de politieke en militaire leiding nadrukkelijker in Nederlandse handen kwam.