Gebeurtenis

Slag bij Jemmingen

21 juli 1568

Op 21 juli 1568 werd het leger van Lodewijk van Nassau bij Jemmingen in Oost-Friesland vernietigend verslagen door de koninklijke troepen van de hertog van Alva. De nederlaag volgde kort na de overwinning bij Heiligerlee en maakte duidelijk dat het georganiseerde verzet militair nog niet was opgewassen tegen het ervaren Habsburgse leger.

Slag bij Jemmingen

21 juli 1568

Historische context

Na de overwinning bij Heiligerlee probeerde Lodewijk van Nassau zijn positie in het noorden van de Nederlanden te versterken. Zijn leger bestond uit opstandige edelen, huurlingen en andere tegenstanders van het gezag van Filips II. De opstandelingen hoopten steun te krijgen van steden en gewesten, maar die steun bleef beperkt. Daardoor werd het leger steeds afhankelijker van militaire kracht en snelle successen. De hertog van Alva reageerde op de opstand met een goed georganiseerd koninklijk leger. Bij Jemmingen, in de omgeving van het huidige Jemgum aan de rivier de Eems, kwamen beide legers tegenover elkaar te staan. De troepen van Lodewijk waren minder ervaren en bevonden zich in een kwetsbare positie. De koninklijke troepen vielen aan en brachten het leger van de opstandelingen een zware nederlaag toe. Veel soldaten kwamen om of sloegen op de vlucht; anderen probeerden via de Eems te ontkomen. Na de slag was het leger van Lodewijk vrijwel volledig uiteengeslagen. De overwinning herstelde tijdelijk het gezag van Alva in het noorden en maakte duidelijk dat de Opstand niet met één veldslag gewonnen kon worden.

Gebeurtenis

Historische betekenis

De Slag bij Jemmingen was een van de zwaarste nederlagen van het vroege georganiseerde verzet tegen Filips II. Samen met de overwinning bij Heiligerlee liet de slag zien hoe wisselvallig de eerste militaire ondernemingen van de opstandelingen waren. De nederlaag versterkte tijdelijk de positie van het Habsburgse bestuur en ontmoedigde mogelijke bondgenoten in de Nederlanden. Tegelijkertijd maakte Jemmingen duidelijk dat de strijd tegen Spanje een langdurig conflict zou worden. De opstandelingen moesten hun militaire organisatie verbeteren, nieuwe steun zoeken en andere vormen van verzet ontwikkelen voordat zij blijvende gebieden konden veroveren.