Gebeurtenis
Verdrag van Nonsuch
20 augustus 1585
Het Verdrag van Nonsuch maakte de Engelse steun aan de opstandige gewesten formeel. Elizabeth I beloofde militaire en financiële hulp, maar verbond daaraan politieke invloed en het gebruik van enkele Nederlandse steden als onderpand. De overeenkomst versterkte de strijd tegen Spanje en maakte Engeland tegelijk rechtstreeks betrokken bij de oorlog in de Nederlanden.

20 augustus 1585
Historische context
Na de val van Antwerpen richtten de opstandige gewesten zich in de zomer van 1585 tot Engeland. De Franse oplossing rond François van Anjou was mislukt en Spanje leek zijn greep op de Nederlanden te versterken. Elizabeth I aarzelde lang, omdat zij geen opstand tegen een wettige vorst wilde ondersteunen, maar de internationale dreiging en de groeiende Spaanse macht veranderden haar positie.
Op 10 augustus 1585 volgens Engelse archiefdatering, in Nederlandse publicaties vaak weergegeven als 20 augustus, werd in Nonsuch Palace een overeenkomst gesloten tussen Elizabeth I en de Verenigde Provinciën. Engeland beloofde financiële en militaire steun. In ruil kreeg de Engelse koningin politieke invloed, waaronder zeggenschap in de Raad van State, en werden Vlissingen, Brielle en Fort Rammekens als pandsteden aan Engeland verbonden.
Het verdrag maakte van de Engelse steun een formele internationale verbintenis. Elizabeth werd geen koningin van de Nederlanden en aanvaardde geen blijvende soevereiniteit, maar Engeland raakte wel rechtstreeks betrokken bij de oorlog tegen Spanje. Filips II beschouwde het verdrag als een vijandige stap. Daarmee vormde Nonsuch een belangrijk keerpunt in de ontwikkeling van het Engelse-Spaanse conflict.
Gebeurtenis
Historische betekenis
Het Verdrag van Nonsuch was belangrijk omdat het de Opstand een machtige buitenlandse bondgenoot opleverde. Tegelijkertijd maakte het verdrag duidelijk dat buitenlandse steun nooit zonder voorwaarden kwam. De gewesten kregen militaire hulp, maar moesten daarvoor Engelse invloed en tijdelijke controle over belangrijke steden accepteren.




