1567–1568
Ontstaan van het georganiseerde verzet
Na de komst van Alva in 1567 werd duidelijk dat verzet tegen het gezag van Filips II niet langer alleen uit petities, preken of plaatselijke onrust bestond. Ballingen, edelen en andere tegenstanders begonnen steun, geld en manschappen bijeen te brengen. Zo groeide een nog losse samenwerking uit tot de eerste vormen van georganiseerd gewapend verzet in de Nederlanden.
1576
Raad van Beroerten
In 1567 richtte de hertog van Alva de Raad van Beroerten op om de Beeldenstorm en het politieke verzet in de Nederlanden te bestraffen. De raad onderzocht vermeende tegenstanders van Filips II, sprak zware straffen uit en maakte duidelijk dat het Habsburgse bestuur gehoorzaamheid desnoods met juridische en gewelddadige middelen zou afdwinge
1572
Spaanse tegenaanval van 1572
Na de snelle uitbreiding van de Opstand in 1572 besloot het Habsburgse bestuur de verloren steden met geweld terug te winnen. Koninklijke troepen heroverden verschillende plaatsen en gebruikten plundering en harde bestraffing als waarschuwing aan andere steden. De Spaanse tegenaanval maakte duidelijk dat de Opstand inmiddels een strijd om steden, grondgebied en gehoorzaamheid was geworden.
12 Juli 1573
Val van Haarlem
Na zeven maanden van strijd, honger en uitputting gaf Haarlem zich op 12 juli 1573 over aan het Spaanse leger. De val van de stad betekende een zware nederlaag voor de Opstand in Holland. Tegelijkertijd had het langdurige verzet het Spaanse leger sterk verzwakt en kreeg de strijd om Alkmaar en Leiden een nieuwe betekenis.
1580
Vogelvrijverklaring van Willem van Oranje
Op 15 maart 1580 verklaarde Filips II Willem van Oranje vogelvrij. De leider van de Opstand werd in een koninklijke ban voorgesteld als verrader en vijand, terwijl anderen toestemming kregen hem te doden. Met deze verklaring veranderde de politieke strijd in een persoonlijke jacht op het leven van Willem van Oranje.
1581
Voorbereiding van het Plakkaat van Verlatinghe
Na jaren van oorlog, vervolging en politiek conflict moesten de opstandige gewesten uitleggen waarom zij Filips II niet langer als hun vorst konden gehoorzamen. In 1581 begonnen de Staten-Generaal daarom de politieke en juridische onderbouwing van het Plakkaat van Verlatinghe voor te bereiden. De strijd werd hiermee steeds nadrukkelijker ook een strijd over wettig bestuur.
1585
Verdrag van Nonsuch
Het Verdrag van Nonsuch maakte de Engelse steun aan de opstandige gewesten formeel. Elizabeth I beloofde militaire en financiële hulp, maar verbond daaraan politieke invloed en het gebruik van enkele Nederlandse steden als onderpand. De overeenkomst versterkte de strijd tegen Spanje en maakte Engeland tegelijk rechtstreeks betrokken bij de oorlog in de Nederlanden.
1588 - 1598
Voortzetting van de oorlog na 1588
De geboorte van de Republiek maakte geen einde aan de oorlog. Spanje bleef aanspraak maken op de Nederlanden en hield belangrijke steden en vestingen in handen. Tussen 1588 en 1598 moest de jonge Republiek haar bestuur, financiën en leger versterken om de strijd vol te houden. De voortzetting van de oorlog werd daarmee ook een test van haar zelfstandigheid.
1588 - 1598
Militaire organisatie van de Republiek
De Republiek overleefde niet alleen door politieke besluiten, maar ook door een nieuwe manier van oorlog voeren. De Staten financierden legers, vestingen en bevoorrading, terwijl Maurits de militaire leiding verder systematiseerde. Discipline, geschut, samenwerking en belegering werden bepalend. Zo groeide tussen 1588 en 1598 een militaire organisatie die de Republiek in staat stelde zelf het initiatief tegen Spanje te nemen.
1589 - 1591
Militaire ontwikkeling van Maurits
Na zijn benoeming in 1588 moest Maurits nog bewijzen dat hij meer was dan een jonge prins met een belangrijke naam. Tussen 1589 en 1591 ontwikkelde hij zich tot een bevelhebber die discipline, voorbereiding, informatie en samenwerking met de Staten wist te verbinden. De inname van Breda en de veldtocht van 1591 markeerden de eerste zichtbare stappen in die ontwikkeling.
1591
Maurits’ veldtocht van 1591
In 1591 veranderde het tempo van de oorlog. Maurits gebruikte snelheid, voorbereiding en verrassing om meerdere strategische plaatsen achter elkaar aan te vallen. De veroveringen van Zutphen, Deventer, Knodsenburg, Hulst en Nijmegen maakten duidelijk dat de Republiek niet alleen verdedigde, maar ook zelf het initiatief kon nemen.
1591
Inname van Hulst
De inname van Hulst bracht Maurits’ veldtocht tijdelijk naar het zuiden van de Nederlanden. De versterkte stad lag in een waterrijk grensgebied en controleerde belangrijke verbindingen tussen Zeeland, Vlaanderen en Brabant. De verovering liet zien dat de Staatse oorlogvoering niet tot het oosten beperkt bleef.