Locatie
Prinsenhof
Het Prinsenhof in Delft was oorspronkelijk het Sint-Agathaklooster. Vanaf 1572 bood het complex onderdak aan Willem van Oranje, die van hieruit de Opstand tegen Filips II aanstuurde. Op 10 juli 1584 werd hij er door Balthasar Gerards doodgeschoten. Het Prinsenhof werd zo tegelijk een plaats van bestuur, bescherming, politieke dreiging en een van de bekendste moordlocaties uit de Nederlandse geschiedenis.

Locatie
Historische betekenis
Het Prinsenhof was in de zestiende eeuw het voormalige Sint-Agathaklooster, een religieus complex binnen de ommuurde stad Delft. Toen Delft in 1572 de zijde van Willem van Oranje en de opstandige gewesten koos, bood het klooster hem en zijn hofhouding een veilige verblijfplaats. De ligging binnen de stadsmuren maakte het gebouw geschikt als residentie en bestuurlijk centrum. Vanaf dat moment raakte de naam Prinsenhof verbonden met de politieke leiding van de Opstand.
Vanuit het Prinsenhof onderhield Willem contact met bestuurders, raadgevers en vertegenwoordigers van de opstandige gewesten. In het complex werden besluiten voorbereid, brieven geschreven en de politieke verdediging tegen Filips II vormgegeven. Ook de Apologie, Willems openbare verdediging tegen de beschuldigingen van de Spaanse koning, kwam hier tot stand. Het gebouw was daardoor geen stil toevluchtsoord, maar een werkende machtsruimte waarin geloof, bestuur, propaganda en oorlog samenkwamen.
Die bescherming bleek uiteindelijk ontoereikend. Nadat Filips II Willem in 1580 vogelvrij had verklaard, wist Balthasar Gerards op 10 juli 1584 het Prinsenhof binnen te komen. Kort na het middageten schoot hij Willem van Oranje dodelijk neer. Gerards werd kort daarna gegrepen, terwijl Willem in Delft werd begraven. De moord gaf het Prinsenhof een dubbele betekenis die het tot vandaag behoudt: het was de plaats van waaruit de Opstand werd geleid én de plaats waar haar belangrijkste politieke leider werd vermoord.


