Gebeurtenis

Plakkaat van Verlatinghe

26 juli 1581

Op 26 juli 1581 verklaarden de Staten-Generaal van de opstandige gewesten dat Filips II niet langer hun wettige vorst was. Het Plakkaat van Verlatinghe vormde daarmee een formele breuk met de Spaanse koning. De gewesten verklaarden dat een vorst die zijn onderdanen niet beschermde, zijn recht op gehoorzaamheid kon verliezen.

Plakkaat van Verlatinghe

26 juli 1581

Historische context

Het Plakkaat van Verlatinghe kwam voort uit jaren van oorlog, vervolging en politiek conflict. De gewesten hadden aanvankelijk geprobeerd hun oude privileges en bestuurlijke rechten binnen het Habsburgse rijk te verdedigen. Filips II bleef echter vasthouden aan centralisering, katholieke uniformiteit en harde repressie. De vogelvrijverklaring van Willem van Oranje en de daaropvolgende politieke verdediging van de Opstand maakten de breuk tussen koning en gewesten steeds groter. Op 26 juli 1581 besloten de Staten-Generaal Filips II formeel te verlaten. In het document stelden zij dat een vorst was aangesteld om zijn onderdanen te beschermen, niet om hen als ondergeschikten of slaven te behandelen. Omdat Filips II volgens de opstellers zijn plichten had geschonden en niet naar klachten had geluisterd, verklaarden zij hem vervallen van zijn heerschappij, jurisdictie en aanspraken op de Nederlanden. Het Plakkaat was geen directe oprichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De gewesten probeerden eerst nog een nieuwe landsheer te vinden, onder wie de hertog van Anjou. Toen die zoektocht mislukte, groeide het idee dat de noordelijke gewesten ook zonder vorst konden voortbestaan. Vanaf 1588 gingen zij verder als de Republiek.

Gebeurtenis

Historische betekenis

Het Plakkaat van Verlatinghe was een beslissende stap in de ontwikkeling naar zelfstandige staatsvorming. Voor het eerst werd officieel vastgelegd dat de Staten-Generaal het gezag van een vorst konden afwijzen wanneer hij zijn bestuurlijke en beschermende plichten niet nakwam. Het document gaf de Opstand een politieke en juridische rechtvaardiging. Tegelijkertijd was het nog geen volledige onafhankelijkheidsverklaring van één Nederlandse staat: de gewesten vormden nog geen eenheid en zochten aanvankelijk een nieuwe vorst.