Gebeurtenis
Val van Haarlem
12 juli 1573
Na zeven maanden van strijd, honger en uitputting gaf Haarlem zich op 12 juli 1573 over aan het Spaanse leger. De val van de stad betekende een zware nederlaag voor de Opstand in Holland. Tegelijkertijd had het langdurige verzet het Spaanse leger sterk verzwakt en kreeg de strijd om Alkmaar en Leiden een nieuwe betekenis.

12 juli 1573
Historische context
Haarlem had zich in 1572 bij de Opstand aangesloten en was daardoor een belangrijk doelwit geworden voor het Spaanse bestuur. De stad lag strategisch tussen Amsterdam, Leiden en het Haarlemmermeer. Wie Haarlem beheerste, kreeg meer controle over de verbindingen in Holland en kon druk uitoefenen op andere opstandige steden. Het Spaanse leger, onder leiding van Don Fadrique, de zoon van Alva, hield de stad vanaf eind 1572 maandenlang omsingeld.
De verdedigers wisten verschillende aanvallen af te slaan, maar de omstandigheden binnen Haarlem werden steeds moeilijker. Voedsel en munitie raakten schaars, terwijl pogingen om de stad van buitenaf te helpen mislukten. De nederlaag van de geuzenvloot op het Haarlemmermeer maakte het vrijwel onmogelijk om de bevoorrading open te houden. Uiteindelijk was de stad militair en humanitair uitgeput.
Op 12 juli 1573 gaf Haarlem zich over. De stad kwam opnieuw onder het gezag van Filips II en kreeg te maken met harde represailles. De Spaanse overwinning betekende echter geen einde aan de Opstand. Het beleg had veel tijd en soldaten gekost, waarna het Spaanse leger zich op Alkmaar richtte. Daar zouden de opstandelingen voor het eerst een belangrijke overwinning behalen.
Gebeurtenis
Historische betekenis
De val van Haarlem toont dat een stad zich langdurig kon verzetten tegen de militaire macht van de Spaanse koning, maar ook dat stedelijke moed zonder bevoorrading uiteindelijk grenzen kende. De overwinning gaf Spanje tijdelijk opnieuw controle over Haarlem, maar de zware verliezen en de lange duur van het beleg verzwakten het Spaanse leger. Daardoor werd de gebeurtenis geen beslissend einde van de Opstand, maar een overgang naar een nieuwe fase waarin Alkmaar en Leiden centraal kwamen te staan.




