Gebeurtenis
Overdracht van bevoegdheden na Leicester
1588
Toen de positie van Leicester wegviel, moesten de gewesten beslissen wie zijn militaire en bestuurlijke taken zou overnemen. In 1588 brachten de Staten de bevoegdheden terug naar hun eigen instellingen. Maurits kreeg de militaire leiding, terwijl bestuurders als Johan van Oldenbarnevelt de politieke en financiële organisatie versterkten. Zo werd buitenlandse leiding vervangen door bestuur vanuit de gewesten zelf.

1588
Historische context
De komst van Leicester had de militaire steun van Engeland verbonden aan een nieuwe bestuurlijke structuur. Als gouverneur-generaal kreeg hij in 1586 brede bevoegdheden, maar zijn optreden riep weerstand op bij Hollandse regenten en andere gewesten die hun eigen privileges wilden behouden. Zijn vertrek eind 1587 liet daarom niet alleen een militair probleem achter, maar ook de vraag wie de aan hem verbonden bevoegdheden moest uitoefenen.
In 1588 namen de Staten-Generaal en de gewestelijke besturen de verantwoordelijkheid verder zelf in handen. De functies en eedverbintenissen die met Leicester waren verbonden, werden teruggebracht naar de bestaande staatsinstellingen. Maurits van Nassau kreeg als admiraal-generaal de leiding over de militaire organisatie, terwijl Johan van Oldenbarnevelt en andere bestuurders de politieke en financiële kant versterkten. Er kwam dus geen nieuwe buitenlandse landsheer voor in de plaats.
Deze overdracht betekende niet dat de Republiek al een moderne eenheidsstaat of democratie was. De gewesten hielden eigen rechten en belangen, en de samenwerking bleef afhankelijk van overleg en financiële middelen. Wel ontstond een werkbare orde zonder koning: de Staten namen politieke verantwoordelijkheid, Maurits kreeg militaire verantwoordelijkheid en buitenlandse steun werd ondergeschikt aan de eigen instellingen. Daarmee werd de mislukking van Leicester omgezet in een nieuwe bestuurlijke richting.
Gebeurtenis
Historische betekenis
De overdracht van bevoegdheden markeerde de overgang van buitenlandse leiding naar een bestuur dat steeds sterker door de Staten en de gewesten zelf werd georganiseerd. De gebeurtenis maakte de scheiding tussen politiek bestuur en militaire leiding zichtbaar en vormde een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling richting de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.




