Thema
Oorlog
Oorlog verandert niet alleen grenzen en machtsverhoudingen, maar ook het dagelijks leven van mensen. Achter iedere veldslag schuilen politieke keuzes, militaire belangen, angst en onzekerheid. In de verhalen van Het Verloren Verhaal volgen we hoe oorlog de Nederlanden diepgaand veranderde en hoe de gevolgen ervan nog lang na het laatste schot voelbaar bleven.

Thema
Over dit thema
Afleveringen

Aflevering 2
De oorlog was begonnen
1567
→
Aflevering 3
Willem van Oranje stond op
1567
→
Aflevering 4
De oorlog breekt los
1568
→
Aflevering 5
Spanje sloeg terug
1568
→
Aflevering 6
Nederland verloor langzaam de hoop
1570
→
Aflevering 7
Het verzet groeide op zee
1571
→
Aflevering 8
De Watergeuzen sloegen toe
1572
→
Aflevering 9
De opstand verspreidde zich
1572
→
Aflevering 10
Spanje sloeg genadeloos terug
1572
→
Aflevering 11
Haarlem hield stand
1572–1573
→
Aflevering 12
De strijd om Haarlem werd bloedig
1573
→
Aflevering 13
Haarlem viel
1573
→
Aflevering 14
Het water bracht redding
1574
→
Aflevering 15
Leiden werd bevrijd
3 oktober 1574
→
Aflevering 16
Hoop keerde terug
1574
→
Aflevering 17
De Spaanse Furie begon
1576
→
Aflevering 18
Antwerpen veranderde in een nachtmerrie
4-6 November 1576
→
Aflevering 19
De Nederlanden kwamen dichter bij elkaar
1576
→
Aflevering 20
De Nederlanden begonnen uiteen te vallen
1579
→
Aflevering 23
Filips II sloeg terug
1580
→
Aflevering 30
Het Plakkaat van Verlatinghe
1581
→
Aflevering 3
De Franse Furie... toen de redder zelf naar de macht greep
17 Januari 1583
→
Aflevering 6
Antwerpen viel... en de Nederlanden scheurden verder uiteen...
Antwerpen 1585
→
Aflevering 7
De Nederlanden zochten hulp bij Engeland
1585 - 1588
→
Aflevering 8
De zoon van Willem van Oranje moest opstaan
1588
→
Aflevering 1
De Republiek was geboren... maar kon zij overleven?
1588
→
Aflevering 2
Spanje was niet verslagen...
1588 - 1589
→
Aflevering 3
Maurits moest leren winnen
1589 - 1590
→
Aflevering 4
Het turfschip dat Breda terugbracht
1590
→
Aflevering 5
Het jaar waarin Maurits begon terug te slaan
1591
→Verborgen Verhalen
Gebeurtenissen
17 augustus 1585
Val van Antwerpen
Na een langdurige belegering viel Antwerpen in 1585 onder druk van Alexander Farnese, hertog van Parma. De val van één van de machtigste steden van de Nederlanden veranderde niet alleen de militaire situatie. Ook handel, mensen, kennis en kapitaal kwamen in beweging.
1585 - 1587
Engelse steun
Na de val van Antwerpen zochten de opstandige gewesten steun buiten de Nederlanden. Engeland besloot onder Elizabeth I militair en financieel bij te springen. Die hulp gaf de strijd tegen Spanje nieuwe kracht, maar bracht ook Engelse voorwaarden, bestuurlijke invloed en afhankelijkheid met zich mee. Een bondgenoot kon daardoor tegelijk bescherming en nieuwe spanning betekenen.
1585
Verdrag van Nonsuch
Het Verdrag van Nonsuch maakte de Engelse steun aan de opstandige gewesten formeel. Elizabeth I beloofde militaire en financiële hulp, maar verbond daaraan politieke invloed en het gebruik van enkele Nederlandse steden als onderpand. De overeenkomst versterkte de strijd tegen Spanje en maakte Engeland tegelijk rechtstreeks betrokken bij de oorlog in de Nederlanden.
1585 - 1587
Leicester in de Nederlanden
Robert Dudley, graaf van Leicester, werd het gezicht van de Engelse steun aan de Opstand. Hij arriveerde eind 1585 met Engelse troepen en kreeg in 1586 een brede militaire en bestuurlijke positie. Zijn optreden bracht hulp en nieuwe hoop, maar ook conflicten over macht, handel en de zelfstandigheid van de gewesten.
April 1588
Benoeming van Maurits als militaire leider
Na het terugdringen van de macht van Leicester zochten de gewesten een militaire leider die aan de Staten gebonden was. In april 1588 benoemden de Staten-Generaal de jonge Maurits van Nassau tot admiraal-generaal van de Unie. Hij werd verantwoordelijk voor de oorlogvoering, maar niet tot koning of politiek bestuurder van de Republiek gemaakt.
1588
Overdracht van bevoegdheden na Leicester
Toen de positie van Leicester wegviel, moesten de gewesten beslissen wie zijn militaire en bestuurlijke taken zou overnemen. In 1588 brachten de Staten de bevoegdheden terug naar hun eigen instellingen. Maurits kreeg de militaire leiding, terwijl bestuurders als Johan van Oldenbarnevelt de politieke en financiële organisatie versterkten. Zo werd buitenlandse leiding vervangen door bestuur vanuit de gewesten zelf.
23 Mei 1568
Slag bij Heiligerlee
Op 23 mei 1568 kwam het verzet tegen het Habsburgse gezag voor het eerst op grote schaal tot een open veldslag. Bij Heiligerlee versloeg het leger van Lodewijk van Nassau een koninklijk Spaansgezind leger. De overwinning gaf de opstandelingen korte tijd hoop, maar kostte ook het leven aan Adolf van Nassau, de broer van Willem van Oranje
17 januari 1583
Franse Furie
Op 17 januari 1583 probeerde François van Anjou Antwerpen met Franse troepen bij verrassing in te nemen. De Antwerpse burgerij en stedelijke verdediging sloegen de aanval terug. De Franse Furie maakte een einde aan het vertrouwen in Anjou als buitenlandse beschermer en liet zien hoe snel militaire hulp kon omslaan in een bedreiging voor de zelfstandigheid van de stad en de gewesten.
1588 - 1598
Voortzetting van de oorlog na 1588
De geboorte van de Republiek maakte geen einde aan de oorlog. Spanje bleef aanspraak maken op de Nederlanden en hield belangrijke steden en vestingen in handen. Tussen 1588 en 1598 moest de jonge Republiek haar bestuur, financiën en leger versterken om de strijd vol te houden. De voortzetting van de oorlog werd daarmee ook een test van haar zelfstandigheid.
1588 - 1598
Militaire organisatie van de Republiek
De Republiek overleefde niet alleen door politieke besluiten, maar ook door een nieuwe manier van oorlog voeren. De Staten financierden legers, vestingen en bevoorrading, terwijl Maurits de militaire leiding verder systematiseerde. Discipline, geschut, samenwerking en belegering werden bepalend. Zo groeide tussen 1588 en 1598 een militaire organisatie die de Republiek in staat stelde zelf het initiatief tegen Spanje te nemen.
1589 - 1591
Militaire ontwikkeling van Maurits
Na zijn benoeming in 1588 moest Maurits nog bewijzen dat hij meer was dan een jonge prins met een belangrijke naam. Tussen 1589 en 1591 ontwikkelde hij zich tot een bevelhebber die discipline, voorbereiding, informatie en samenwerking met de Staten wist te verbinden. De inname van Breda en de veldtocht van 1591 markeerden de eerste zichtbare stappen in die ontwikkeling.
1590
Inname van Breda
Breda leek moeilijk met geweld te nemen. Daarom werd een ander plan bedacht: Staatse soldaten verborgen zich onder een lading turf en werden ongemerkt de vesting binnengebracht. In het donker kwamen ze tevoorschijn. Breda viel niet door een grote stormloop, maar door een schip, geduld en een plan dat niemand zag aankomen.
1590
Turfschip van Breda
Het turfschip was het middel waarmee Maurits van Nassau Breda wist binnen te dringen zonder een langdurig beleg. Onder een lading turf verborgen zich Staatse soldaten. Het schip kreeg toegang tot de vesting, waarna de soldaten in het donker tevoorschijn kwamen en de verdediging van binnenuit overrompelden.
1591
Maurits’ veldtocht van 1591
In 1591 veranderde het tempo van de oorlog. Maurits gebruikte snelheid, voorbereiding en verrassing om meerdere strategische plaatsen achter elkaar aan te vallen. De veroveringen van Zutphen, Deventer, Knodsenburg, Hulst en Nijmegen maakten duidelijk dat de Republiek niet alleen verdedigde, maar ook zelf het initiatief kon nemen.
1591
Inname van Zutphen
De inname van Zutphen vormde het begin van Maurits’ succesvolle veldtocht van 1591. De vestingstad aan de IJssel werd na een korte maar doelgerichte operatie door het Staatse leger ingenomen. Daarmee kreeg Maurits een belangrijke oostelijke toegang en het vertrouwen om zijn campagne voort te zetten.
1591
Inname van Deventer
Na Zutphen richtte Maurits zich op Deventer, een belangrijke vesting- en rivierstad aan de IJssel. De inname op 10 juni 1591 versterkte de Staatse controle over de rivierroute en maakte Deventer onderdeel van het nieuwe militaire netwerk van de Republiek.
1591
Beleg en ontzet van Knodsenburg
Knodsenburg was een Staatse schans aan de overzijde van de Waal, tegenover Nijmegen. Toen Spaanse troepen onder Parma het fort belegerden, trok Maurits te hulp. Het ontzet van Knodsenburg hield de Staatse positie aan de Waal in stand en bereidde de latere inname van Nijmegen voor.
1591
Inname van Hulst
De inname van Hulst bracht Maurits’ veldtocht tijdelijk naar het zuiden van de Nederlanden. De versterkte stad lag in een waterrijk grensgebied en controleerde belangrijke verbindingen tussen Zeeland, Vlaanderen en Brabant. De verovering liet zien dat de Staatse oorlogvoering niet tot het oosten beperkt bleef.
21 Juli 1568
Slag bij Jemmingen
Op 21 juli 1568 werd het leger van Lodewijk van Nassau bij Jemmingen in Oost-Friesland vernietigend verslagen door de koninklijke troepen van de hertog van Alva. De nederlaag volgde kort na de overwinning bij Heiligerlee en maakte duidelijk dat het georganiseerde verzet militair nog niet was opgewassen tegen het ervaren Habsburgse leger.
1591
Inname van Nijmegen
De inname van Nijmegen vormde het sluitstuk van Maurits’ veldtocht van 1591. Vanuit de positie bij Knodsenburg kon hij de stad aan de overzijde van de Waal onder druk zetten. Na de overgave werd Nijmegen een belangrijke Staatse garnizoensstad en veranderde de machtsverhouding in het oosten van de Republiek.
Ca. 1568–1572
Opkomst van het watergeuzenverzet
Na de komst van Alva en de vervolging van tegenstanders weken veel hervormingsgezinden, edelen en andere tegenstanders uit naar zee. Daar groeide een losse groep ballingen, schippers en gewapende opstandelingen uit tot een maritieme verzetsbeweging. Vanuit hun schepen vielen de Watergeuzen Spaanse belangen aan en hielden zij het verzet tegen het Habsburgse gezag in stand.
1 april 1572
Inname van Den Briel door de Watergeuzen
Op 1 april 1572 namen de Watergeuzen de stad Den Briel in. Wat begon als een gewaagde actie van een groep verbannen en rondtrekkende opstandelingen, werd een beslissend moment in de Nederlandse Opstand. Voor het eerst kwam een stad in handen van de opstandelingen, waarna ook andere steden in Holland en Zeeland hun positie tegenover het Spaanse gezag begonnen te heroverwegen.
1572
Spaanse tegenaanval van 1572
Na de snelle uitbreiding van de Opstand in 1572 besloot het Habsburgse bestuur de verloren steden met geweld terug te winnen. Koninklijke troepen heroverden verschillende plaatsen en gebruikten plundering en harde bestraffing als waarschuwing aan andere steden. De Spaanse tegenaanval maakte duidelijk dat de Opstand inmiddels een strijd om steden, grondgebied en gehoorzaamheid was geworden.
eind 1572 – 12 juli 1573
Beleg van Haarlem
Vanaf eind 1572 omsingelde een Spaans leger Haarlem, nadat de stad zich in 1572 aan de zijde van Willem van Oranje had geschaard. Zeven maanden lang hielden verdedigers en inwoners stand tegen beschietingen, aanvallen, honger en ziekte. Op 12 juli 1573 moest Haarlem zich overgeven, waarna de stad opnieuw onder Spaans gezag kwam
12 Juli 1573
Val van Haarlem
Na zeven maanden van strijd, honger en uitputting gaf Haarlem zich op 12 juli 1573 over aan het Spaanse leger. De val van de stad betekende een zware nederlaag voor de Opstand in Holland. Tegelijkertijd had het langdurige verzet het Spaanse leger sterk verzwakt en kreeg de strijd om Alkmaar en Leiden een nieuwe betekenis.
1574
Inundatie rond Leiden
Op 31 juli 1574 besloten Willem van Oranje en de opstandelingen de polders rond Leiden onder water te zetten. Door dijken door te steken en sluizen te openen, wilden zij de Spaanse belegeraars verdrijven en een vaarroute voor de Watergeuzen creëren. De inundatie bracht grote schade toe aan het omliggende platteland, maar maakte uiteindelijk de bevrijding van Leiden mogelijk.
3 oktober 1574
Ontzet van Leiden
Op 3 oktober 1574 kwam na maanden van honger en ziekte een einde aan het Spaanse beleg van Leiden. De Watergeuzen voeren via de geïnundeerde waterwegen de stad binnen met haring en wittebrood. Het Ontzet van Leiden werd een belangrijk keerpunt in de Nederlandse Opstand en groeide uit tot een blijvend symbool van verzet en volharding.
1576
Spaanse muiterijen van 1576
In 1576 kwamen delen van het koninklijke Spaanse leger in de Nederlanden in opstand. Door achterstallige soldij, uitputting en gebrekkige aansturing verloren soldaten hun gehoorzaamheid en trokken zij plunderend door het land. De muiterijen tastten het gezag van de Spaanse overheid verder aan en vormden de directe aanloop naar de Spaanse Furie.
4-6 November 1576
Spaanse Furie
Op 4 november 1576 trokken muitende Spaanse soldaten Antwerpen binnen. In de daaropvolgende dagen werd de stad geplunderd, in brand gestoken en getroffen door grootschalig geweld tegen de bevolking. De Spaanse Furie maakte duidelijk hoe diep de militaire en politieke crisis in de Nederlanden was geworden.
8 November 1576
Pacificatie van Gent
Na de Spaanse Furie en de voortdurende militaire onrust besloten verschillende gewesten hun onderlinge tegenstellingen tijdelijk opzij te zetten. Op 8 november 1576 sloten zij in Gent een akkoord waarin samenwerking tegen de Spaanse troepen centraal stond. De Pacificatie bracht de gewesten kortstondig dichter bij elkaar, maar loste de religieuze en politieke verdeeldheid niet definitief op.
1580
Vogelvrijverklaring van Willem van Oranje
Op 15 maart 1580 verklaarde Filips II Willem van Oranje vogelvrij. De leider van de Opstand werd in een koninklijke ban voorgesteld als verrader en vijand, terwijl anderen toestemming kregen hem te doden. Met deze verklaring veranderde de politieke strijd in een persoonlijke jacht op het leven van Willem van Oranje.



